Ga naar de website van Loopgroep Zeeland

Info professionals - Woordenlijst

Dopamine of 2-amino-3-(3,4-dihydroxyfenyl)propaanzuur is een verbinding die fungeert als neurotransmitter (en soms als hormoon) op verschillende plaatsen in het lichaam. Dopamine ontstaat door decarboxylatie uit Dopa, dat in organismen wordt gevormd door oxidatie van het aminozuur tyrosine. Het komt in het menselijk en dierlijk organisme ook voor als een precursor van de hormonen adrenaline en noradrenaline, dat daaruit door hydroxylering kan ontstaan. Het speelt een grote rol bij het ervaren van genot, blijdschap en welzijn. In de hersenen zijn zenuwbanen aanwezig die gevoelig zijn voor deze transmitter zoals de voorhoofdskwab en de basale ganglia.

Endorfines zijn lichaamseigen stoffen, vaak polypeptides, die als neurotransmitter fungeren. Neurotransmitters worden door de ene zenuwcel in een synaps vrijgelaten, in de andere zenuwcel zitten receptoren voor de betreffende stof.

De veel eerder bekende morfinederivaten waaraan endorfines een deel van hun naam ontlenen, zijn toevallig in staat dezelfde receptoren te activeren. De chemische bouw van morfinemoleculen vertoont weinig tot geen overeenkomst met die van de endorfines.Voor de tweede zenuwcel betekent activeren van de receptor vaak het oproepen van een prettig, plezierig, minder bedreigend gevoel. Het maakt daarbij niet uit of het een echt of een door morfine veroorzaakt signaal is.

Serotonine is een neurotransmitter die is betrokken bij stemming, zelfvertrouwen, slaap, emotie, seksuele activiteit en eetlust. Het speelt ook een rol bij de verwerking van pijnprikkels. Serotonine heeft een exciterende werking en werkt als regulator van het dopamine-systeem. Serotonine wordt afgegeven door serotonerge neuronen in de hersenen die naar verschillende onderdelen lopen, waaronder de prefrontale cortex (PFC). Dit gebied speelt een belangrijke rol bij onder andere verslaving en agressie. De cellichamen van de serotonerge neuronen liggen in en/of vlakbij de nuclei raphes en medulla oblongata.

Serotonine en depressie
Bij ziekten als depressie kan een geneesmiddel uit de groep van selectieve serotonineheropnameremmers worden voorgeschreven. Dit zorgt ervoor dat de heropname van serotonine uit de synaptische spleet geremd wordt, waardoor de activiteit van serotonine verlengd wordt. Voorbeelden van deze antidepressiva zijn paroxetine (Seroxat®), venlafaxine (Efexor®XR) en fluoxetine (Prozac®). De oudere anti-depressiva zijn óf heropnameremmers van zowel serotonine als noradrenaline (TCA's), óf ze remmen het enzym monoamino-oxidase (MAO-remmers). Hoewel de verwachtingen met betrekking tot de nieuwe middelen hooggespannen waren, blijken ze niet veel beter te werken dan de oudere, de bijwerkingen in het algemeen zijn minder ernstig.

Cortisol is een corticosteroïde; het is een hormoon dat gemaakt wordt in de bijnierschors uit cholesterol.

Cortisol speelt een rol bij:

Cortisol wordt soms het stresshormoon genoemd omdat het vrijkomt bij elke vorm van stress, zowel fysiek als psychologisch. Het zorgt ervoor dat bepaalde eiwitten in spieren worden afgebroken waarbij glucose (energie) vrijkomt. Deze energie wordt gebruikt om het lichaam weer terug te brengen in homeostase; op het moment van stress komt adrenaline en noradrenaline vrij om het lichaam alerter te maken en klaar om te vechten/vluchten. Cortisol zorgt ervoor dat dit verlies van energie weer wordt gecompenseerd.
Tijdens het ontwaken komt er ook extra cortisol vrij; dit zorgt voor een hongergevoel.

LITERATUURLIJST
Runningtherapie (het standaardwerk voor lopers en professionals) Bram Bakker / Simon van Woerkom 2008.
Proefschrift Runningtherapie bij depressie - R.J. Bosscher. Thesis Publischers, 1991.


Info professionals
Runningtherapie Zeeland
vorige pagina volgende pagina Cursussamenstelling

top